Dyslexie

Geen defect maar een andere manier van denken.

In veel opzichten wordt dyslexie als een last ervaren. En dat is terecht. In een maatschappij en een onderwijssysteem dat dominant op het talige gebied inzet, is het hebben van dyslexie geen gemakkelijke. En toch is het mogelijk om dyslexie anders te bekijken: vanuit kwaliteiten. Ik ben dyslectisch en daarmee weet ik dus waar ik het over heb. Wanneer je dyslexie benadert vanuit het conceptueel denken ontdek je juist de mogelijkheden. Je bekijkt dyslexie niet langer vanuit een probleem, maar vanuit de kwaliteit die het met zich meebrengt.

Taalprobleem? Of toch iets anders

Dyslexie is voor velen een taal probleem. Het (leren) lezen en (leren) schrijven is een heikele klus. Ons onderwijssysteem en onze maatschappij is veelal afgestemd op de benadering vanuit het lineair denken, of wel het lijndenken. Een systeem dat vooral de linker hersenhelft aanspreekt. Een zware opgave voor beelddenkers die juist de rechter hersenhelft als dominant hebben.  

Conceptueel denken ten opzichte van lijn denken

Ons brein is verdeeld in een linker en een rechter hersenhelft. Deze twee helften hebben ieder hun eigen domein van functies. Uiteraard staat alles in netwerkverband in verbinding met elkaar.  Je kunt stellen dat lijn denkers meer een dominantie in de linker hersenhelft hebben en conceptueel denkers meer dominant zijn in de rechter hersenhelft. Door die verschillen in dominantie ontstaan er ook verschillen in manier van denken. Waarbij je bedenken moet dat dominantie een voorkeur van denken is. Het is niet zo dat iemand als lijn denker niet zijn creativiteit kan inzetten en dat een persoon als conceptueel denker niet zijn taligheid kan inzetten. 

Een lijn denker heeft een dominantie voor geordend denken. Alle dingen lopen van A naar B naar Z. Lijndenkers houden van structuur met een vaste route. Deze personen denken in logica en houden een duidelijke lijn aan. Ze krijgen de informatie graag vanaf het begin naar het eind. Personen die dominant zijn in lijndenken zijn goed in tijd bewaken en houden van details. Je zou kunnen zeggen dat hun hoofd de wereld ziet door een telelens.

De grote verbeeldingskracht

Conceptueel denkers zijn personen die het groter geheel zien, snel overzicht hebben, en gauw nieuwe mogelijkheden zien. Personen die dominant in rechter hersenhelft zijn hebben een grote verbeeldingskracht en zijn kritische denkers. Door het snelle verbeelden zijn ze in staat snel te handelen. Door het snel denken in beelden en verhalen is het verwoorden van dingen vaak erg lastig. Door de veelheid en snelheid van beelden is het voor conceptueel denkers lastig de dingen vanaf het begin uit te leggen.

Dit is een grove schets van de twee verschillende manier van denken. Je zult begrijpen dat er nogal eens kortsluiting in het brein is wanneer er dwangmatig op je niet dominante manier van denken gehandeld moet worden.

Oneerlijke verdeling?

Daarbij komt dat de verdeling lijndenkers en conceptueel denkers niet gelijkmatig verdeeld is. Het gros, 80%, is lijndenker. De andere 20% zijn conceptueel denkers. Dat maakt meteen duidelijk dat de conceptueel denkers zich vaker dan normaal niet begrepen voelen en soms moeten worstelen in een maatschappij en onderwijssysteem dat gericht is op de 80% lijndenkers.

Snelheid van denken

Door de snelheid van denken bij conceptueel denkers tegen over de lijn denkers te zetten, kun je het volgende ontdekken. Volgens Ronald Davis kunnen er in het brein twee-en-dertig individuele beelden per seconde ontstaan. 

Daar tegenover staat dat lijndenkers per seconde twee tot vijf gedachten in de vorm van individuele woorden verwerken. Dat gegeven vertelt dat een conceptueel denker dus zes tot zestien keer zoveel gedachten verwerkt als een lijndenker. Deze beelden kunnen honderd tot duizend woorden bevatten. Als je je dan bedenkt dat de concepten een optelsom is van beelden dan spreek je over honderden tot duizenden woorden. Naar schatting is het conceptueel denken zo’n vierhonderd tot tweeduizend keer sneller dan lijndenken. Davis stelt daarbij dat het denken in beelden grondiger is en meer diepgang heeft. Het is complexer en veelomvattender.

Wanneer je dan een antwoord op een vraag stuk wilt, zul je vaak merken dat een conceptueel denker aan het einde van het verhaal begint. Dit botst nogal met een lijndenker, die graag alles in de juiste volgorde ziet en van A naar B wilt gaan in een bepaalde logische opbouw. 

De traagheid van spreken

Conceptuele denkers zijn daarom ook sneller geneigd om van de hak op de tak te gaan en hebben veel moeite om het verhaal in een logische volgorde te zetten omdat het te groot is. En conceptueel denkers hebben nogal eens de neiging om twijfelachtig te starten met wat ze gaan zeggen. Dit komt over alsof ze het niet weten, maar in feite zijn ze opzoek naar woorden in de brei van beelden die razend snel door hun hoofd gaan. In een moordend tempo gaan er afwegingen door het brein hoe ze de beelden moeten verwoorden. Dat brengt die twijfelachtige ’eh…’ met zich mee.

En wat dan nu?

Je zult misschien nu denken: hartstikke leuk allemaal, maar wat dan nu? Het mooie is dat er goede trainingen zijn die je helpen in balans te komen. Nee, de dyslexie zal niet afnemen in gradatie, maar je zult wel ervaren dat de training je toerust met kennis, inzicht en strategieën die je op meerdere terreinen kunt inzetten.

De training en coaching zijn erop gericht de balans te vinden en het zelfvertrouwen te vergroten. Door je focus op je talenten te houden en het inzetten op strategieën. Dit gaat langs het proces van realiteit en acceptatie van het anders denken, inzicht in de bijeffecten en faalangst gevoelens en het aanleren van concrete strategieën om beter te lezen, schrijven en communiceren.

DYSLEXIE IN JE STUDIE

  • Concentratie problemen?
  • Traag lezen?
  • Vaak tijdnood bij toetsen?
  • Goed is niet goed genoeg?
  • Samenwerken gaat lastig?
  • Docenten snappen je niet?
  • Geen woorden bij plotselinge vragen?

DYSLEXIE OP JE WERK

  • Moeite met samenwerken?
  • Snap je je collega’s niet?
  • Voel je je dom of lui?
  • Neem je vaak werk mee naar huis?
  • Vergaderingen een opgave?
  • Schrijven een lastige klus?
  • Moeilijk concentreren bij leeswerk?