Sfeer door het weer

Op deze manier kun je weersomstandigheden gebruiken in de sfeer van je verhaal. 

Je kunt pijn letterlijk benoemen, maar ook verpakken in iets anders. Door de omstandigheid waarin je personage zich bevindt te omschrijven. Zoals bijvoorbeeld het weer.

Weersomstandigheden

Wanneer je weersomstandigheden meeneemt in je verhaal kunt je daar mee spelen en sfeer op roepen voor je lezer. Je kunt ook tegendraads zijn in je verhaal. Zo kan mooi weer even goed meespelen in het verdriet van je personage. En je kunt je personage laten dansen in de regen. Of door een gevoelloosheid voor het weer (je personage bijvoorbeeld op blote voeten in de sneeuw laten lopen) de gevoelloosheid van je personage doorgeven aan je lezer.

Wat roep je op?

Zo kun je elementen uit een bepaald soort weer gebruiken om een bepaalde sfeer op te roepen of een kenmerk aan een beleving te geven. Zoals ik al noemde kun je weer laten meewerken of tegenwerken. Denk van te voren na over wat een bepaald soort weer met je doet. Ga inzoomen bij je personage hoe die zich ergens in kan voelen en neem dat mee in je verhaal. In onderstaand voorbeeld gaat de weersomstandigheid mee met de pijn en de mistroostigheid van het personage.

Karen moet huilen bij de schoonheid van zijn gezicht. Haar ogen komen er niet los van. Zijn ogen staren in de verte en schijnen niets te zeggen. Het is schijn – ze weet het ondertussen. Het gewriemel met zijn vinger zegt meer dan zijn ogen willen verzwijgen.

De ruitenwissers maaien onvermoeibaar de druppels van de voorruit.

Opvoeren

Het gebruik van de ruitenwissers heeft hier iets irritants. Die regen van de voorruit wordt wel weggepoetst, maar het benauwende verdriet in de auto wordt alleenmaal opgevoerd.

Ze huilt zonder tranen. Ze huilt niet langer om de schoonheid van zijn gezicht, maar om de aanstoot die het door de jaren heen heeft gekregen. Ze huilt omdat wat eerder nog een lief gewriemel was, nu niet anders dan een irritant gedoe met die vinger.

Zijn ogen zwijgen tijdens het praten. Zijn vinger wriemelt door. Karen kijkt uit het zijraampje, weg van hem. Ze huilt van binnen om de schoonheid van liefde die lang geleden verloren is gegaan. Karen weet het: hij is met zijn hoofd bij haar.

De regen gaat nu harder. Het is een kwestie van tijd. De druppels op het raampje naast haar stomen als haar tranen naar beneden. Ze kijkt langs de druppels naar buiten en ziet alles dubbel. Plassen maken door het verkeer een snotterend geluid. De auto rijdt door de stad naar huis. Ze gaan straks samen door die ene voordeur, waarachter ieder zijn eigen leven heeft.

De pijn is haast ondragelijk. Hoe lang moet dit nog duren? Waar moet dit eindigen?

Verstopt

Het huilen van de personage zit van binnen. Haar tranen zijn al opgedroogd. Maar het verdriet wat ze heeft in haar relatie verdient wel tranen. Dat wil je als lezer wel voelen. De schrijver heeft het hier als het verstopt.

Metafoor

De regen op het raam van de auto zorgt voor de tranen die bij het personage haast niet meer boven komen. Door de regen zo te gebruiken zodat ze zonder eigen tranen toch wazig ziet, wordt de regen niet alleen functioneel in sfeer van mistroostigheid maar ook als metafoor voor de tranen van Karen.

Wanneer je ook geluiden van het weer erbij betrekt wordt de ruimte waar je het personage in zet groter. Het snotterende geluid wat de auto’s buiten de ruimte van hun eigen auto maken met de regenplassen lijkt wel of Karen door haar verdriet met droge ogen toch een snotterige neus heeft. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *